Overslaan en naar de inhoud gaan

Scrum is dood verklaard. En nu?

Scrum is dood verklaard. En nu?

De vraag die niemand stelt na de begrafenis van Agile.

Consultants schrijven er artikelen over. McKinsey heeft er een YouTube-video over gemaakt. LinkedIn staat er vol mee. Iedereen heeft een mening over de dood van Scrum.

Maar niemand geeft antwoord op de logische vervolgvraag:

Wat dan?

Terug naar waterval? Nee.

Nog een Amerikaans framework met een nieuw logo? Ook nee.

De stilte na die vraag is veelzeggend. Want ze laat zien dat de discussie over ‘Scrum is dood’ eigenlijk een andere discussie is. Niet over Scrum. Maar over wat al die jaren niet klopte, en waarom niemand dat hardop zei.

De diagnose klopt. De remedie ontbreekt.

De kritiek op Scrum is terecht. Scrum Master-rollen verdwijnen stil uit vacatures. Agile Coaches worden als eerste ontslagen bij reorganisaties. Story points worden nog steeds onderwezen alsof ze iets meten. De daily standup is in de meeste organisaties een statussessie geworden waarbij iedereen netjes zijn beurt afwacht.

Herkenbaar? Natuurlijk. Want dit is niet het falen van teams. Dit is het falen van een raamwerk dat zichzelf onveranderlijk heeft verklaard, in een wereld die dat niet is.

Maar hier stopt de analyse. Iedereen is het erover eens dat Scrum niet werkt zoals beloofd. Niemand heeft een beter alternatief klaarliggen. En dus blijven organisaties hangen in twee slechte opties: slechter Scrum doen of iets nieuws importeren dat over vijf jaar ook ter discussie staat.

Het probleem zit dieper dan het framework.

Scrum is ontworpen voor één specifieke context: homogene software teams die aan één product werken, in een gecontroleerde omgeving, met een volledig toegewijde backlog. Dat is de werkelijkheid van een startup in Silicon Valley in 2001.

Dat is niet de werkelijkheid van de meeste Nederlandse organisaties.

Een gemeentelijk serviceteam verwerkt dagelijkse aanvragen, werkt aan lopende projecten én krijgt incidenten die alles tijdelijk stilleggen. Een zorginstelling heeft structureel herhalend werk, deadline-gebonden projecten én acute situaties die directe actie vragen. Een productiebedrijf kent de vaste stroom, de geplande onderhoudsstop én de onverwachte storing.

Drie soorten werk. Tegelijk. Elke dag.

Scrum heeft daar géén antwoord op. In Scrum is alles een sprint. Alles is backlog. Maar niet alles is sprint-werk, en de organisaties die dat het hardst probeerden te geloven, hebben nu de rekening.

Wat er dan echt gebeurt.

Je herkent het patroon. De sprint begint. Op dag drie komt een incident binnen dat alles overruled. De sprint is al gebroken voor hij begint. Op dag zeven is de helft van de sprintitems verschoven naar de volgende sprint. Op dag veertien bespreekt het team waarom de velocity daalt, terwijl de echte oorzaak is dat niemand ooit heeft besloten hoe incidenten en dagelijks werk zich verhouden tot projectwerk.

En de Scrum Master, die inmiddels ook nog meeting-facilitator, onboarding-coördinator en HR-vangnet is, noteert keurig de impediments.

De methode werkt niet. Maar we passen de methode aan de methode aan, in plaats van de methode aan de werkelijkheid.

Het antwoord ligt dichter bij huis.

Nederlandse organisaties werken anders dan Silicon Valley-teams. Dat is geen zwakte, dat is een gegeven. Er is een overlegcultuur. Er is vakmanschap. Er is collegialiteit. Teams herkennen zichzelf niet in sprints, backlogs en story points, want dat is nooit hun taal geweest.

Wat Nederlandse teams wél kennen: overzicht hebben. Weten wat er van je verwacht wordt. Weten wat er op je bordje ligt. Collega’s die je informeren als er iets verandert. Een werkdag die klopt.

Dat klinkt eenvoudig. Maar het is in de meeste organisaties een utopie, niet omdat mensen niet willen, maar omdat er nooit een structuur is gebouwd die dat mogelijk maakt.

Werk zichtbaar maken. Niets meer, niets minder.

De Werkstroom Methode vertrekt vanuit een andere vraag dan Scrum. Niet: hoe kunnen we sneller itereren? Maar: hoe komt werk eigenlijk binnen, en wie beslist wat er als eerste gedaan wordt?

Het antwoord is het Stroommodel. Drie soorten werk, dagelijks werk, projectwerk en incidenten, elk met een eigen instroom en prioriteit, maar uitgevoerd door hetzelfde team via dezelfde werkstroom. Geen sprint. Geen backlog. Een rijstrook voor het voorspelbare werk, een inhaalstrook voor het urgente.

Werk dat binnenkomt, wordt getoetst voordat het een team bereikt. Een Canvasbord maakt alles zichtbaar. Een dagelijks begin ritueel, de Dag-start, zorgt dat het team elke ochtend weet wat er van ze verwacht wordt. Niet als vergadering, maar als afstemming. Menselijk van start, scherp van richting.

Het is geen radicale revolutie. Het is een bewuste keuze om werk zichtbaar te maken, op een manier die aansluit bij hoe Nederlandse organisaties van oudsher functioneren.

De vraag is niet: is Scrum dood?

De vraag is: wat bouw je ervoor in de plaats?

Niet nog een framework dat over vijf jaar ter discussie staat. Niet een methode die je eerst drie jaar moet ‘implementeren’ voordat hij iets oplevert. Maar een werkwijze die aansluit bij hoe je team al werkt, en die aanvult wat ontbreekt.

Dat is het verschil tussen importeren en bouwen vanuit de werkelijkheid.

Meer weten over de Werkstroom Methode?

Bekijk de methode op werkstroommethode.nl of vraag een kennismakingsgesprek aan.

werkstroommethode.nl

Blog & Nieuws artikelen: